Nouveautés

carre gris Le fabuleux voyage de Tromblon

carre gris Blanche et la dragonne

carre gris Melvin

carre gris Le roi sans couronne

Traducteur

Bonus

J'aime

Moyenne : 2.3/5 (24 votes)

Recommander à un ami Recommander à un ami


Pour recommander ce texte, merci de compléter ce formulaire.
Tous les champs sont obligatoires









AddInto

Outils

De leeuw en de luipaard

Le lion et le guépard

Op een afgelegen plek op de Afrikaanse savanne hebben een statige leeuw en een slanke luipaard hun oog op een smal pad waarover iedere dag de kuddes buffels en antilopen langskomen. Ze willen dezelfde jachtvelden, die hun hele familie het hele jaar door zouden kunnen voorzien van eten.

Beiden hebben een positie ingenomen aan een kant van het pad. Ze hebben elkaar al een aantal uur staan opnemen, zonder te bewegen, zonder geluid te maken. De leeuw, statig en waardig, kijkt de luipaard strak aan. De luipaard, minachtend, kijkt de leeuw strak aan. Wie van beide zal het eerst opgeven?

Plotseling staan de leeuw en de luipaard tegelijk op; ze kruipen dichter en dichter naar elkaar toe tot ze neus aan neus staan. Ze schelden en krijsen. Ze laten hun tanden zien en grommen. De tijd verstrijkt. Het tijdstip waarop de kuddes altijd voorbijkomen komt dichterbij maar ze merken het niet.

De kudde buffels en antilopen komt voorbij op het gebruikelijke tijdstip. Maar de twee vechtersbazen zijn te druk bezig met ruziemaken om te reageren. Geen van beide durft te bewegen uit angst dat de ander het eerst naar voren zal springen. En zo gaat de kudde voorbij.

De leeuw is woedend en beschuldigt de luipaard ervan dat hij hem heeft afgeleid zodat de kudde voorbij kon gaan. De luipaard ontkent en geeft de leeuw de schuld.

Er zijn al drie kuddes voorbijgekomen zonder dat de leeuw of de luipaard ze heeft aangevallen. Moeder leeuw en moeder luipaard vinden dat ze lang genoeg gewacht hebben. Ze moeten hun jongen voeren en gaan weg.

Maar de twee tegenstanders hebben hun lesje nog steeds niet geleerd. Ze blijven nog dagen ruziemaken. De leeuw en de luipaard hebben honger. Ze zijn moe maar ze willen niet toegeven. De kuddes gaan ongestoord voorbij.

Op een dag komt een ondeugend uitziende aap voorbij. Hij gaat op een rots midden op het pad zitten, helemaal niet onder de indruk van de twee grote katten. De leeuw en de luipaard kijken bewegingloos toe. Dan lacht de aap om hun domheid.

De leeuw wordt boos als het kleine aapje hem zo uitlacht. Ondertussen wacht ook de luipaard maar op een teken om naar voren te schieten.

Maar het listige aapje stopte hen en komt met een oplossing voor hun probleem: waarom zouden ze niet de kracht van de leeuw en de snelheid van de luipaard gebruiken om samen te jagen? Op die manier gaat de jacht nog beter en krijgen ze allebei meer vlees om hun families te voeden.

Sinds die dag en op die afgelegen plek op de Afrikaanse savanne, jagen een leeuw en een luipaard samen bij het begin van een smal pad waarover iedere dag de kuddes buffels en antilopen langskomen. De families van de leeuw en de luipaard zijn weer bij elkaar en zijn eindelijk gelukkig.


Copyright © 2006, © 2013 - La tête dans les mots