Nouveautés

carre gris Le fabuleux voyage de Tromblon

carre gris Blanche et la dragonne

carre gris Melvin

carre gris Le roi sans couronne

Traducteur

Bonus

J'aime

Moyenne : 1.8/5 (20 votes)

Recommander à un ami Recommander à un ami


Pour recommander ce texte, merci de compléter ce formulaire.
Tous les champs sont obligatoires









AddInto

Outils

Een heel klein kikkertje op een waterlelie

Une toute petite grenouille

Aan de rand van de vijver zat een heel klein kikkertje te kijken naar vijf prachtige waterlelies in de verte.
“wat een schitterende bloemen! Wat een schitterende bladeren! Wat zou ik graag op zo èèn gaan zitten” zuchtte het heel kleine kikkertje. “Maar hoe kan je ooit bij die waterlelies komen als je zo klein bent als ik?”
“Je moet gewoon vliegen”, zei een voorbijvliegende zwaluw.
“Vliegen? Maar hoe moet ik dat doen als ik geen vleugels heb?” riep het kikkertje uit.
“Tja, dan kan ik ook niets voor je doen” en weg vloog de vogel.
Het heel kleine kikkertje keek de vogel na en zuchtte: “Wat zou ik toch graag op die waterlelies zitten!”
“Je moet er gewoon heen zwemmen” zei een karper terwijl hij een mug doorslikte.
“Zwemmen? Maar ze zijn veel te ver weg, ik zou verdrinken!” riep het heel kleine kikkertje uit.
“Tja, dan kan ik ook niets voor je doen” en de karper zwom weg.
Het heel kleine kikkertje keek de karper na en zuchtte: “Wat zou ik toch graag bij die waterlelies komen!”
“Spring dan, je bent toch een kikker!” zei een slijmerige pad die in de zon op een rots lag.
“Springen? Maar ik ben veel te klein, zo ver kom ik nooit!” riep het heel kleine kikkertje uit.
“Tja, dan kan ik ook niets voor je doen” en de pad sloot zijn uitpuilende ogen.
Het heel kleine kikkertje zuchtte: “Het gaat niet, ik kom er nooit.”
“Klim maar op mijn rug, ik breng je wel, ik kom er toch langs” zei een voorbijzwemmende schildpad.
“Goedendag” zei de schildpad een paar minuten later toen ze het kikkertje op de eerste waterlelie had afgezet.
Uitzinnig van vreugde bracht het heel kleine kikkertje een deel van de dag door met het springen van de ene waterlelie op de andere: de eerste was te groot, de tweede te wiebelig, de derde niet zoet genoeg, de vierde had geen bloem en de vijfde was perfect. Het heel kleine kikkertje snoof de zware geur op van de grote witte bloem en viel tenslotte uitgeput in slaap. Wat een mooi gezicht is het toch, een kikker op een waterlelie!
Maar toen ze wakker werd, was de zon ondergegaan, de lucht was een stuk koeler en ineens voelde het kikkertje zich erg alleen. Ze bedacht dat ze wel erg ver van de rand van de vijver was.
“En hoe kom ik nu weer terug bij de rand van de vijver?” zuchtte ze.


Copyright © 2006, © 2013 - La tête dans les mots